Tekstadvies | heeft of hebt

Deze tiende aflevering in de serie ‘Tekstadvies’ gaat over de vervoeging van het werkwoord hebben.

Schrijf jij u hebt of u heeft? Het mag allebei, volgens Onze Taal.

persoonlijk voornaamwoord
Eerst even iets over het persoonlijk voornaamwoord u.  Dat ontstond als derde persoon enkelvoud, afgeleid van uwe edelheid. Maar in de loop der tijd is men u steeds meer gaan zien als de beleefdheidsvorm van jij (tweede persoon enkelvoud). 

tweede of derde persoon
Of je kiest voor u hebt (tweede persoon enkelvoud) of u heeft (derde persoon enkelvoud) is vooral een kwestie van smaak. Persoonlijk heb ik een voorkeur voor de eerste werkwoordsvorm. Waarom? Omdat ik van consequent taalgebruik houd. Ik schrijf u zult, kunt, bent (tweede persoon enkelvoud) en niet u zal, u kan en u is (derde persoon enkelvoud).

vergissen
Nog een leuke wetenswaardigheid: kies je voor u hebt dan hoort daar het wederkerend voornaamwoord u bij. ‘U hebt u vergist,’ dus. (Gebruik je heeft, dan schrijf je: ‘U heeft zich vergist.’)

consequent
En tot slot nog dit. Of je nu kiest voor u hebt of u heeft, zorg er in elk geval voor dat je de gekozen vorm consequent toepast binnen één tekst en gebruik u hebt en u heeft nooit door elkaar.

Tekstadvies | inspiratie

‘Ik heb geen inspiratie,’ is een klacht die ik vaak hoor. Aflevering negen in de serie Tekstadvies gaat over… hulp van je zintuigen.

inspiratie
Bezieling, aangezet worden tot het scheppen van iets, het schrijven van wat dan ook, dat is inspiratie.

In hun Handboek Stijl beweren Peter Burger en Jaap de Jong: ‘… inspiratie, een wondermiddel waarvan vaak gezegd wordt dat het voor schrijvers onontbeerlijk is. Het kan echter niet vaak genoeg herhaald worden: inspiratie komt tijdens het schrijven en – belangrijker nog – door het schrijven. En schrijven omvat meer dan de pen over het papier of de vingers over de toetsen bewegen. Het gaat door als u onder de douche staat, een boterham smeert of naar de tv kijkt. Broedend. Ergens – in uw achterhoofd, in uw onderbewuste – groeit een tekst.’

oog_©Charlotte Romp
© Charlotte Romp

zintuigen
Zo, dat is duidelijk! Het bevestigt wat ik vaak adviseer: houd op met naar een leeg vel te staren en te hopen dat de inspiratie je als een bliksemschicht treft. Zo werkt het niet. Inspiratie laat zich niet forceren maar dient zich vaak spontaan aan. En dat gebeurt vooral als je jouw zintuigen op scherp zet. Luister naar muziek van je favoriete band, een gesprek tussen twee buren of naar het geluid van de wasmachine die aan het spoelen en centrifugeren is. Haal een pot pindakaas uit de kast, schroef de deksel eraf en ruik die typische, zoete, nootachtige geur. Proef een likje en smeer er wat van op een beschuit. Voel hoe de kruimelige, plakkerige substantie moeizaam zijn weg door jouw mond zoekt. (Dit werkt trouwens ook uitstekend met jam, hagelslag of chocopasta; het gaat om het idee.) Bekijk een filmpje op YouTube of breng een bezoekje aan Pinterest en laat je betoveren door kleurige beelden.

Pas zodra je het gevoel hebt, dat je genoeg hebt gezien, gehoord, geproefd, geroken en/of gevoeld, mag je weer plaatsnemen achter dat lege vel. Wedden dat je niet meer zult klagen over een gebrek aan inspiratie?

Tekstadvies | commentaar om van te groeien

citaat aristotelesGroeien door commentaar? Deze aflevering in de serie Tekstadvies gaat over het nut van kritiek.

kritiek op mijn tekst

Laat ik het maar gewoon toegeven: er was een tijd waarin ik kritiek zag als iets om bang voor te zijn. Gaandeweg ben ik gaan beseffen dat ik commentaar op wat ik geschreven heb ook kan zien als iets waar ik alleen maar mijn voordeel mee kan doen. Natuurlijk valt over smaak niet te twisten en dat niet iedereen laaiend enthousiast is over mijn artikelen, columns en verhalen heb ik geleerd te accepteren. Maar kritiek in de trant van: ‘Ik vind dat er wel erg veel clichés in deze tekst staan,’ zorgt ervoor dat ik nog eens ga kijken naar wat ik geschreven heb. Ben ik het met mijn criticus eens, dan breng ik veranderingen in het betreffende stuk aan. 

beschouw het als een cadeautje

Een tijd geleden schreef ik een artikel over kritiek op een schrijversforum. Een aantal zinnen daaruit: ‘Besef dat geen commentaar krijgen veel erger is, want dan wekt wat je geschreven hebt, blijkbaar geen interesse. Kritiek, in welke vorm dan ook, is aandacht. En in plaats van het als iets akeligs te zien, kun je kritiek ook beschouwen als een cadeautje. Door te luisteren naar commentaar, neemt de kwaliteit van je schrijfwerk toe.’ Een lid van dat forum was het hartgrondig met me oneens en schreef onder het artikel: ‘Ik vind dat schrijvers die een stijl na rijp beraad hebben ontwikkeld voor zichzelf, zich nooit wat moeten aantrekken van wat critici zeggen. Die weten het namelijk niet per definitie beter.’

critici weten het niet beter

Nee, critici weten het niet per definitie beter, maar dat beweerde ik ook niet. Ze kunnen je wél laten nadenken over jouw tekst en je kunt er vervolgens je voordeel mee doen. ‘Christien heeft mij zo vaak op mijn donder gegeven (in positieve zin) dat ik er alleen maar beter door ben gaan schrijven,’ schreef iemand anders in reactie op bovengenoemd artikel. En dat is precies wat ik duidelijk wilde maken. Zelf groei ik nog elke dag als (tekst)schrijver. En dat heb ik voor een deel ook te danken aan het commentaar van anderen.

Wees niet (langer) bang voor kritiek en je zult zien dat ook jij erdoor zult groeien.

Tekstadvies | eindeloos variëren

Deze vijfde aflevering in de serie Tekstadvies gaat over stijlvariatie… en Erasmus. 

 

Herhalingen in een tekst komen de leesbaarheid ervan niet ten goede. Even een – tussen neus en lippen door verzonnen – voorbeeld:
Toen ik de man voorover zag vallen, trok mijn maag samen. Toen zag ik dat er bloed uit de wond op zijn voorhoofd vloeide. Toen ik naast hem knielde, trok mijn maag nog verder samen.
Niet prettig leesbaar toch, deze zinnen, door al die ‘toenen’ en samentrekkende magen?

Erasmus
Humanist, filosoof en schrijver Desiderius Erasmus hield niet van de ‘barbaarse’ stijl die hij aantrof in de Latijnse geschriften uit zijn tijd. Hij trok ertegen ten strijde en gaf adviezen voor een betere stijl.
In het in 1512 uitgegeven boekje ‘Over de overvloed van formuleringen en gedachten’ demonstreert hij een stijloefening waar ook de schrijver van nu zijn voordeel mee kan doen.

stijloefening
Erasmus bedacht maar liefst bijna 200 alternatieven voor de zin:
Uw brief heeft me buitengewoon verheugd.
Vijf voorbeelden daarvan:
– Uw epistel verschafte me geen gering genoegen.
– Wat was ik blij uw brief te lezen!
– U kunt nauwelijks vermoeden hoeveel plezier uw schrijven mij bood.
– Ik las en herlas uw brief met groot plezier.
– Ik was buiten mezelf van vreugde toen ik uw brief ontving.

oefening baart kunst
Natuurlijk hoef je niet voor elke zin 200 varianten te bedenken. Toch kan het geen kwaad om, bij wijze van oefening, zo nu en dan eens te variëren met één enkele zin. Je zult merken dat het herformuleren van zinnen je na verloop van tijd steeds beter af zal gaan. En je teksten? Die worden er gaandeweg alleen maar fraaier van.

voorbeeld
Om nog even terug te komen op het voorbeeld hierboven, wat vind je van het volgende alternatief?
Plotseling viel de man voor mijn ogen op straat. Ik schrok er ontzettend van. Er kwam bloed uit de wond op zijn voorhoofd en ik werd misselijk van die aanblik. Ik knielde haast hem en begon te kokhalzen.

Misschien verzin jij wel een veel beter alternatief? Je kunt dat hieronder kwijt, als je wilt.

 

Tekstadvies | inrijden en oplopen

Regelmatig kom ik ze tegen: zinnen waarin iemand een berg of een trap oploopt. Ik heb geleerd dat een voorzetsel (op) los van het werkwoord (lopen) geschreven moet worden, als het voorzetsel een richting aanduidt. Zoals bij de combinatie ‘in( )rijden’, bijvoorbeeld. Deze vierde aflevering in de serie Tekstadvies gaat daarover. 

Inrijden
Onzetaal adviseert om in de zin: ‘U moet deze straat in rijden’ het voorzetsel los van het werkwoord te schrijven. ‘Als er een richting bedoeld is (de straat uit, het plein over, de straat in rijden), staat het voorzetsel los van het werkwoord. In veel andere gevallen vormen het voorzetsel en het werkwoord vaak één woord. Inrijden kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een nieuwe auto; de betekenis is ‘beginnen te gebruiken’.’

Oplopen
Wat van toepassing is op in( )rijden, zou volgens mij ook moeten gelden voor op( )lopen. Toch beweert Taalunieversum dat men een trap kan oplopen en geeft VanDale als betekenis van oplopen, naast krijgen, meelopen, groter worden (van een bedrag) en frequenter worden…. naar boven lopen. Op de website van Onzetaal vind ik jammer genoeg niets over op( )lopen, en daarom vraag ik per mail hoe het nu precies zit.

Onze Taal
Binnen vierentwintig ontvang ik het volgende antwoord:
Wij, de Taaladviesdienst van Onze Taal, adviseren ‘op lopen’ los te schrijven in bijvoorbeeld ‘de trap op lopen’. U hebt gelijk: dit geval is vergelijkbaar met ‘de straat in rijden’. ‘Op’ en ‘in’ zijn dan losse voorzetsels (of: achterzetsels), die horen bij de voorafgaande woordgroep, respectievelijk ‘de trap’ en ‘de straat’.(…) Het heeft wat ons betreft de voorkeur om combinaties als ‘in( )rijden’ en ‘op( )lopen’ alleen aaneen te schrijven als ze in hun geheel een eigen betekenis hebben. We zouden ‘oplopen’ als één woord schrijven in bijvoorbeeld ‘een ziekte oplopen’ en ‘oplopende temperaturen’, en ‘inrijden’ in bijvoorbeeld ‘de nieuwe auto inrijden’. Maar als het voorzetsel een eigen betekenis heeft (bijvoorbeeld doordat het een richting aangeeft), schrijven we het liever los van het werkwoord.

Conclusie
Ik had dus gelijk, want wat opgaat voor inrijden, geldt ook voor oplopen:

  • terwijl je een auto zonder spatie kunt inrijden, zou je een straat alleen maar met een spatie moeten in rijden; en
  • hoewel een bedrag spatieloos kan oplopen, kun je een trap of een berg beter met een spatie op lopen.