Ruggespraak Onze Taal – december 2021

Over het eten van kinderen, niet zo rijke toppings, traag kloppende harten, genietend vrezen en gouden kansen.

En opeens is het december. Nog altijd is de coronacrisis niet voorbij; ook mij stemt dat soms somber. Mijn remedie? Zingen, pianospelen, tekenen, schrijven, lichtjes ophangen en … me verkneukelen om al het leuks in de rubriek Ruggespraak van Onze Taal. Geniet jij even mee?

Hapje kind, hapje kikker, hapje kind?

Nieuwsbrief Medisch Comité Nederland-Vietnam
Lees “Ruggespraak Onze Taal – december 2021” verder

Ruggespraak Onze Taal – oktober 2021

Over brandschone winkelvloeren, het verzieken van ideeën, uitgeschakelde kinderen en sluiting gedurende de opening.

Herfst, herfst, wat heb je te koop? Duizend kilo bladeren op een hoop. Om de een of andere reden kwam dat kinderliedje bij me op toen ik een geschikte foto zocht ter omlijsting van de leukste bloopers uit de rubriek Ruggespraak van het maandblad van Genootschap Onze Taal. Ik wens je er veel plezier mee en een prachtige herfst.

Uitschakelen in plaats van achter het behang plakken.

Reglement basisschool
Lees “Ruggespraak Onze Taal – oktober 2021” verder

Tekstadvies | heeft of hebt

Deze tiende aflevering in de serie ‘Tekstadvies’ gaat over de vervoeging van het werkwoord hebben.

Schrijf jij u hebt of u heeft? Het mag allebei, volgens Onze Taal.

persoonlijk voornaamwoord
Eerst even iets over het persoonlijk voornaamwoord u.  Dat ontstond als derde persoon enkelvoud, afgeleid van uwe edelheid. Maar in de loop der tijd is men u steeds meer gaan zien als de beleefdheidsvorm van jij (tweede persoon enkelvoud). 

tweede of derde persoon
Of je kiest voor u hebt (tweede persoon enkelvoud) of u heeft (derde persoon enkelvoud) is vooral een kwestie van smaak. Persoonlijk heb ik een voorkeur voor de eerste werkwoordsvorm. Waarom? Omdat ik van consequent taalgebruik houd. Ik schrijf u zult, kunt, bent (tweede persoon enkelvoud) en niet u zal, u kan en u is (derde persoon enkelvoud).

vergissen
Nog een leuke wetenswaardigheid: kies je voor u hebt dan hoort daar het wederkerend voornaamwoord u bij. ‘U hebt u vergist,’ dus. (Gebruik je heeft, dan schrijf je: ‘U heeft zich vergist.’)

consequent
En tot slot nog dit. Of je nu kiest voor u hebt of u heeft, zorg er in elk geval voor dat je de gekozen vorm consequent toepast binnen één tekst en gebruik u hebt en u heeft nooit door elkaar.