In de herhaling: hij wil(t)

Iemand vroeg me laatst waarom je wel schrijft ‘hij loopt’, maar niet ‘hij wilt’. Het antwoord op die vraag moest ik haar schuldig blijven. Ik heb geen idee waarom het werkwoord ‘willen’ zich anders laat vervoegen dan de meeste andere.

Lees verder “In de herhaling: hij wil(t)”

taaltip – dat wilt toch iedereen?

Op zoek naar nieuwe meubels tref ik op internet de volgende aanbeveling aan:

Mijn blik blijft hangen aan die T achter ‘wil’. Welke tekstschrijver heeft die op zijn geweten? Steeds vaker kom ik ‘hij wilt’ in e-mailberichten tegen. Maar van iemand die zich professioneel met tekst bezighoudt, mag je toch verwachten dat hij/zij wel weet dat die T daar niet hoort?

Lees verder “taaltip – dat wilt toch iedereen?”

taaltip 8 – hij wilt (of toch zonder t?)

Hij gaat binnenkort op zakenreis maar wilt liever niet vliegen.

Voor veel mensen is het woord ‘wilt’ hierboven correct gebruikt. Sterker nog: heel vaak wordt ‘wilt’ geschreven waar ‘wil’ zou moeten staan. En dat is velen een doorn in het oog. Daarom vandaag een taaltip over het werkwoord willen (op speciaal verzoek).

Lees verder “taaltip 8 – hij wilt (of toch zonder t?)”