taaltip – dat wilt toch iedereen?

Op zoek naar nieuwe meubels tref ik op internet de volgende aanbeveling aan:

Mijn blik blijft hangen aan die T achter ‘wil’. Welke tekstschrijver heeft die op zijn geweten? Steeds vaker kom ik ‘hij wilt’ in e-mailberichten tegen. Maar van iemand die zich professioneel met tekst bezighoudt, mag je toch verwachten dat hij/zij wel weet dat die T daar niet hoort?

Bijna vijf jaar geleden schreef ik al eens een taaltip over het vervoegen van (onder meer) het werkwoord ‘willen’. Sindsdien lijk ik die extra T steeds vaker tegen te komen. Ik vraag me af waarom en deel het screenshot op sociale media. Misschien hebben anderen het antwoord. Een collega-tekstschrijver reageert met de woorden: ‘Volgens mij is ‘hij/zij/men/iedereen wilt’ iets wat vooral in Gelderland gebruikt wordt. In de andere provincies kom ik het nooit tegen.’ Ik werp tegen dat ik die vermaledijde T op de website van een landelijk opererende meubelgigant ben tegengekomen. Het regionale argument gaat daarom volgens mij niet op.

Iemand anders suggereert dat het generatiegerelateerd zou zijn: vooral twintig- en dertigers zouden zich bedienen van die extra T. Zou dat waar zijn? Ik blader door verschillende e-mails en kom tot de conclusie dat elk bericht waarin ‘hij/zij/iemand wilt’ voorkomt, afkomstig is van mensen tussen de twintig en veertig. Het generatieargument zou dus zomaar kunnen kloppen.

‘Waarom schrijven zoveel mensen tegenwoordig ‘hij wilt’?’ vraag ik mijn dochter. Ze kijkt even bedenkelijk en antwoordt dan: ‘Omdat het heel onlogisch is om ‘hij wil’ te schrijven. Je schrijft toch ook ‘hij belt’, ‘zij werkt’, ‘iemand hoort’ en ‘men loopt’. Ik snap best dat mensen dan ook schrijven ‘hij wilt’. Bovendien kan ik me niet herinneren dat we het op de basisschool over het vervoegen van ‘willen’ gehad hebben.

Is het dan inderdaad generatiegerelateerd? Wordt (en werd in het recente verleden) in het taalonderwijs geen aandacht meer besteed aan uitzonderingen op de regels? Het lijkt me een merkwaardige gang van zaken en ik kan het me ook bijna niet voorstellen. Maar het zou wel verklaren waarom veel mensen (nog) niet weten hoe het precies zit.

Nu kan ik het zelf uitleggen, maar Onze Taal kan dat veel beter:

Willen is bijna regelmatig in de tegenwoordige tijd, maar de derde persoon enkelvoud is een uitzondering. Anders dan bij bijna alle andere werkwoorden geldt de regel stam + t hier niet. Het is dus hij wilzij wilmen wilSophie wilhet Nederlandse volk wil, enzovoort. De vorm wilt past alleen bij jij/je en bij u: ‘Jij wilt vast nog wel wat’, ‘Ik weet niet wat je nou wilt’, ‘U wilt vast een bijdrage leveren’, ‘Wilt u een kopje koffie?’

(Onze Taal heeft trouwens ook antwoord op de vraag hoe deze uitzondering ontstaan is. Dit is de link naar dat artikel.)

Samenvattend schrijf je dus ‘jij/u wilt’, maar ook:

hij/zij/men/iemand wil. Wil. Zonder T, alsjeblieft.

4 gedachten over “taaltip – dat wilt toch iedereen?”

  1. Misschien heeft het ook iets te maken met de multiculturele mix, waar ik verder juist blij van word hoor. In elk geval merk ik weleens dat de scherpe ‘s’ die voorheen nogal eens klonk in de Randstad meer richting een zachtere of zelfs zoemende ‘s’ of ‘z’ gaan. Dat hoor ik vooral bij jongeren. Trouwens: ook vervoegingen van werkwoorden in de verleden tijd, lijken steeds minder vanzelfsprekend. Van de week hoorde ik in een paar uur tijd: ‘spuitte’ i.p.v. ‘spoot’, ‘loopte’ en ‘ik heb gedenkt’. Gelukkig was die laatste van een heel jong kind, maar die andere klonken op het plein met groep 4. Taal blijft in beweging, maar als er een echte fout is zoals ‘die meisje’ en ‘hij wilt’, dan erger ik me daar nog wel aan.

    1. Bedankt voor je reactie, Saskia. Ja, taal blijft in beweging en dat valt wat mij betreft ook alleen maar toe te juichen. Maar ik ‘strijd’ wel tegen zaken als ‘hij wilt’ en ‘die meisje’, omdat die naar mijn idee niets met ‘beweging’ te maken hebben 😉

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.