3 x eigen!

De herfsteditie van eigen! magazine Arnhem ligt in de winkels. Met onder meer een prachtig interview met de nieuwe Arnhemse burgemeester.

© eva broekema

Ik ben er trots op dat ik ook nu weer een drietal artikelen heb mogen leveren.  Deze nieuwste editie van eigen! is naar goed gebruik natuurlijk ook nu weer online te vinden.

Klik hier voor het artikel over Maassen van den Brink Velp,

hier voor het interview met Reinier Broeks van Interluceo

en hier voor het artikel over de vestiging van DDJ Accountants in de Eusebiuskerk.

 

Tekstadvies | commentaar om van te groeien

citaat aristotelesGroeien door commentaar? Deze aflevering in de serie Tekstadvies gaat over het nut van kritiek.

kritiek op mijn tekst

Laat ik het maar gewoon toegeven: er was een tijd waarin ik kritiek zag als iets om bang voor te zijn. Gaandeweg ben ik gaan beseffen dat ik commentaar op wat ik geschreven heb ook kan zien als iets waar ik alleen maar mijn voordeel mee kan doen. Natuurlijk valt over smaak niet te twisten en dat niet iedereen laaiend enthousiast is over mijn artikelen, columns en verhalen heb ik geleerd te accepteren. Maar kritiek in de trant van: ‘Ik vind dat er wel erg veel clichés in deze tekst staan,’ zorgt ervoor dat ik nog eens ga kijken naar wat ik geschreven heb. Ben ik het met mijn criticus eens, dan breng ik veranderingen in het betreffende stuk aan. 

beschouw het als een cadeautje

Een tijd geleden schreef ik een artikel over kritiek op een schrijversforum. Een aantal zinnen daaruit: ‘Besef dat geen commentaar krijgen veel erger is, want dan wekt wat je geschreven hebt, blijkbaar geen interesse. Kritiek, in welke vorm dan ook, is aandacht. En in plaats van het als iets akeligs te zien, kun je kritiek ook beschouwen als een cadeautje. Door te luisteren naar commentaar, neemt de kwaliteit van je schrijfwerk toe.’ Een lid van dat forum was het hartgrondig met me oneens en schreef onder het artikel: ‘Ik vind dat schrijvers die een stijl na rijp beraad hebben ontwikkeld voor zichzelf, zich nooit wat moeten aantrekken van wat critici zeggen. Die weten het namelijk niet per definitie beter.’

critici weten het niet beter

Nee, critici weten het niet per definitie beter, maar dat beweerde ik ook niet. Ze kunnen je wél laten nadenken over jouw tekst en je kunt er vervolgens je voordeel mee doen. ‘Christien heeft mij zo vaak op mijn donder gegeven (in positieve zin) dat ik er alleen maar beter door ben gaan schrijven,’ schreef iemand anders in reactie op bovengenoemd artikel. En dat is precies wat ik duidelijk wilde maken. Zelf groei ik nog elke dag als (tekst)schrijver. En dat heb ik voor een deel ook te danken aan het commentaar van anderen.

Wees niet (langer) bang voor kritiek en je zult zien dat ook jij erdoor zult groeien.

Pseudoniem of niet?

Klinkt je naam niet zo mooi, vind je hem te alledaags, te onopvallend of – dat kan natuurlijk ook – gewoon lelijk? Je zou kunnen overwegen om onder een schuilnaam te gaan schrijven. Onvrede met je eigennaam hoeft echter niet de enige reden te zijn, om een pseudoniem te gebruiken.

Veiligheid

Als de verhalen die je schrijft erg persoonlijk van aard zijn, kun je de behoefte hebben om je eigen privacy en die van degenen, over wie je schrijft, te beschermen. Zonder jezelf of mensen uit je omgeving te schaden, kun je onder een pseudoniem zonder zorgen je hart luchten. Misschien durf je zelfs meer. Verbaal de vloer aanvegen met een ander, kan soms heerlijk zijn, zeker als je weet dat diegene je niet persoonlijk kan komen ‘bedanken’. Bedenk wel van tevoren hoe anoniem je wilt zijn en blijven. De verleiding kan groot zijn om links en rechts te laten vallen dat jij degene bent die schuil gaat achter een bepaald pseudoniem. Dan bestaat de kans dat het na verloop van tijd nog slechts schijnveiligheid biedt.

Keuzevrijheid

Kun je zomaar elke willekeurige naam als pseudoniem gebruiken? Het antwoord daarop is, met enige kanttekeningen: ja. Het spreekt voor zich, dat je niet de ‘nom de plume’ van een andere schrijver of de schuilnaam van een of andere bekendheid mag kiezen. De eigennaam van iemand anders mag je evenmin gebruiken.

Aanstoot of associatie

Verder is het raadzaam om een naam te kiezen die geen aanstoot geeft, omdat je dit pseudoniem dan niet kunt registreren. En dan is het ook nog  een goed idee om eerst eens te googelen op de naam die je in gedachten hebt. Je wilt immers geen schuilnaam die bijvoorbeeld associaties oproept met een ranzige film of een crimineel.

Registratie

Het is niet verplicht om je schuilnaam te laten registreren. Mocht je hier toch voor kiezen, dan zijn er talloze merkenbureaus te vinden, waar dat kan. De kosten van deze registratie verschillen per bureau, maar zijn over het algemeen aan de hoge kant. Registratie heeft als voordeel, dat jouw pseudoniem een merk wordt, dat vanaf dat moment niet meer voor commerciële doeleinden door anderen gebruikt kan worden.

Wel of niet

Publiceren onder een pseudoniem heeft dus voor- en nadelen. Je kunt er ook voor kiezen om onder je eigennaam te schrijven en, alleen als de situatie of het verhaal erom vraagt, een pseudoniem te gebruiken.

Hoe dan ook: de keuze is geheel aan jou.

Tekstadvies | eindeloos variëren

Deze vijfde aflevering in de serie Tekstadvies gaat over stijlvariatie… en Erasmus. 

 

Herhalingen in een tekst komen de leesbaarheid ervan niet ten goede. Even een – tussen neus en lippen door verzonnen – voorbeeld:
Toen ik de man voorover zag vallen, trok mijn maag samen. Toen zag ik dat er bloed uit de wond op zijn voorhoofd vloeide. Toen ik naast hem knielde, trok mijn maag nog verder samen.
Niet prettig leesbaar toch, deze zinnen, door al die ‘toenen’ en samentrekkende magen?

Erasmus
Humanist, filosoof en schrijver Desiderius Erasmus hield niet van de ‘barbaarse’ stijl die hij aantrof in de Latijnse geschriften uit zijn tijd. Hij trok ertegen ten strijde en gaf adviezen voor een betere stijl.
In het in 1512 uitgegeven boekje ‘Over de overvloed van formuleringen en gedachten’ demonstreert hij een stijloefening waar ook de schrijver van nu zijn voordeel mee kan doen.

stijloefening
Erasmus bedacht maar liefst bijna 200 alternatieven voor de zin:
Uw brief heeft me buitengewoon verheugd.
Vijf voorbeelden daarvan:
– Uw epistel verschafte me geen gering genoegen.
– Wat was ik blij uw brief te lezen!
– U kunt nauwelijks vermoeden hoeveel plezier uw schrijven mij bood.
– Ik las en herlas uw brief met groot plezier.
– Ik was buiten mezelf van vreugde toen ik uw brief ontving.

oefening baart kunst
Natuurlijk hoef je niet voor elke zin 200 varianten te bedenken. Toch kan het geen kwaad om, bij wijze van oefening, zo nu en dan eens te variëren met één enkele zin. Je zult merken dat het herformuleren van zinnen je na verloop van tijd steeds beter af zal gaan. En je teksten? Die worden er gaandeweg alleen maar fraaier van.

voorbeeld
Om nog even terug te komen op het voorbeeld hierboven, wat vind je van het volgende alternatief?
Plotseling viel de man voor mijn ogen op straat. Ik schrok er ontzettend van. Er kwam bloed uit de wond op zijn voorhoofd en ik werd misselijk van die aanblik. Ik knielde haast hem en begon te kokhalzen.

Misschien verzin jij wel een veel beter alternatief? Je kunt dat hieronder kwijt, als je wilt.

 

Tekstadvies | inrijden en oplopen

Regelmatig kom ik ze tegen: zinnen waarin iemand een berg of een trap oploopt. Ik heb geleerd dat een voorzetsel (op) los van het werkwoord (lopen) geschreven moet worden, als het voorzetsel een richting aanduidt. Zoals bij de combinatie ‘in( )rijden’, bijvoorbeeld. Deze vierde aflevering in de serie Tekstadvies gaat daarover. 

Inrijden
Onzetaal adviseert om in de zin: ‘U moet deze straat in rijden’ het voorzetsel los van het werkwoord te schrijven. ‘Als er een richting bedoeld is (de straat uit, het plein over, de straat in rijden), staat het voorzetsel los van het werkwoord. In veel andere gevallen vormen het voorzetsel en het werkwoord vaak één woord. Inrijden kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een nieuwe auto; de betekenis is ‘beginnen te gebruiken’.’

Oplopen
Wat van toepassing is op in( )rijden, zou volgens mij ook moeten gelden voor op( )lopen. Toch beweert Taalunieversum dat men een trap kan oplopen en geeft VanDale als betekenis van oplopen, naast krijgen, meelopen, groter worden (van een bedrag) en frequenter worden…. naar boven lopen. Op de website van Onzetaal vind ik jammer genoeg niets over op( )lopen, en daarom vraag ik per mail hoe het nu precies zit.

Onze Taal
Binnen vierentwintig ontvang ik het volgende antwoord:
Wij, de Taaladviesdienst van Onze Taal, adviseren ‘op lopen’ los te schrijven in bijvoorbeeld ‘de trap op lopen’. U hebt gelijk: dit geval is vergelijkbaar met ‘de straat in rijden’. ‘Op’ en ‘in’ zijn dan losse voorzetsels (of: achterzetsels), die horen bij de voorafgaande woordgroep, respectievelijk ‘de trap’ en ‘de straat’.(…) Het heeft wat ons betreft de voorkeur om combinaties als ‘in( )rijden’ en ‘op( )lopen’ alleen aaneen te schrijven als ze in hun geheel een eigen betekenis hebben. We zouden ‘oplopen’ als één woord schrijven in bijvoorbeeld ‘een ziekte oplopen’ en ‘oplopende temperaturen’, en ‘inrijden’ in bijvoorbeeld ‘de nieuwe auto inrijden’. Maar als het voorzetsel een eigen betekenis heeft (bijvoorbeeld doordat het een richting aangeeft), schrijven we het liever los van het werkwoord.

Conclusie
Ik had dus gelijk, want wat opgaat voor inrijden, geldt ook voor oplopen:

  • terwijl je een auto zonder spatie kunt inrijden, zou je een straat alleen maar met een spatie moeten in rijden; en
  • hoewel een bedrag spatieloos kan oplopen, kun je een trap of een berg beter met een spatie op lopen.

 

eigen! Arnhem, editie lente 2013

eigenarnhemDe nieuwste editie van eigen! Arnhem is van de persen gerold. Ook aan deze lente-editie heb ik mijn medewerking verleend.

In de rubriek ‘de wandeling’ ben ik op stap geweest met Albert Hoex, leider van muziektheatergezelschap ‘De Plaats’. Via onderstaande link kun je de digitale versie van het artikel lezen.

http://issuu.com/petereemsingbv/docs/vj2013ahlr/63?mode=window

En de heer Kaptein van Boerma Wonen vertelde me alles over ‘neerploffen en genieten’:

http://issuu.com/petereemsingbv/docs/vj2013ahlr/81?mode=window

Auteur enthousiast over TekstFontein

Schrijfster Emma Groot was bezig met haar eerste boek. Toen ze dreigde vast te lopen, ging ze op zoek naar iemand die haar verder kon helpen. Ze vond TekstFontein en vertelt op haar weblog over haar ervaringen. Emma heeft mij toestemming gegeven om haar hier te citeren.

“Weken, zo niet maanden heb ik het uitgesteld, maar een keer moet het er van komen: een beoordeling door een redacteur. (…) Ik besluit als eerste TekstFontein te mailen. De website spreekt me aan. De eigenares van TekstFontein, Christien Romp, heeft jarenlange ervaring op het gebied van tekstcorrectie, redigeren en manuscript beoordelingen. (…) Ruim binnen de afgesproken termijn ontvang ik de manuscriptbeoordeling. (…) Als ik haar reactie lees, word ik ontzettend blij.  (…) Meteen heb ik zin om te starten met herschrijven!

Zo hoort het te gaan met een redacteur. Niet de grond inboren, maar op een positieve en constructieve wijze feedback geven. Zorgen dat de schrijver nieuwe inzichten krijgt voor zijn of haar verhaal en daarmee verder aan de slag kan gaan. Een week later ontmoet ik Christien. Dit is een inspirerend gesprek waarbij mij nog duidelijker wordt hoe ik mijn manuscript kan verbeteren. We praten over schrijven, blogs en social media.

Als ik later contact met haar heb, geeft Christien aan dat het altijd fijn is om met iemand te praten die ook passie voor schrijven heeft. Dan realiseer ik me opeens: ja, schrijven is mijn passie!”

Wil je het hele artikel van Emma Groot lezen? Ga dan snel naar ‘Bitterzoete herinneringen‘. Het boek is in mei 2013 verschenen en ik kan het van harte aanbevelen!