In de herhaling: hij wil(t)

Iemand vroeg me laatst waarom je wel schrijft ‘hij loopt’, maar niet ‘hij wilt’. Het antwoord op die vraag moest ik haar schuldig blijven. Ik heb geen idee waarom het werkwoord ‘willen’ zich anders laat vervoegen dan de meeste andere.

Jaren geleden schreef ik eens een taaltip over deze uitzondering – en enkele andere. Ik heb die tip opgediept uit de kelder van mijn website en zet hem hier nog maar eens neer.

Willen is een bijzonder werkwoord, net als de in de afbeelding genoemde werkwoorden kunnen, zullen en mogen (en de daarin niet genoemde: zijn en hebben). Maar waar niemand zal schrijven ‘hij zult, mogt en kunt’ is ‘hij wilt’ wijdverbreid. Misschien zoek ik nog weleens uit waaróm je ‘hij wil‘ moet schrijven en niet ‘hij wilt’, maar voor nu laat ik het hierbij.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.