taaltip 4 – ervan uitgaan, er van uitgaan of ervanuit gaan?

Schrijf je: ik ga er van uit, ik ga ervan uit, of ik ga ervanuit? Deze taaltip gaat over het vastplakken van ‘er’ aan een of meer voorzetsels en over een uitzondering daarop.

voorzetsels + er

Voorzetsels zijn woorden als in, op, bij, van, aan, door, onder, boven, langs en tussen. Vaak wordt het woord ‘er’ aan zo’n voorzetsel vastgeplakt. Dat geeft bijvoorbeeld de combinaties erin, erop, erbij, ervan, eraan, erdoor, eronder, erboven, erlangs en ertussen.

twee voorzetsels combineren met er

‘Er’ mag ook gecombineerd worden met twee voorzetsels. Zo schrijf je: ik geef hem ervanlangs, hij staat erbovenop, dat kan ertussendoor.

uitzondering: werkwoord

Op basis van het vorenstaande zou je dus kunnen zeggen dat je de voorzetsels van en uit met er mag combineren en dat ervanuit gaan dus correct is, maar dat is niet zo.

Dat heeft te maken met een uitzondering op de regel die stelt dat een voorzetsel geen deel mag uitmaken van het werkwoord in de zin.

Het voorzetsel uit maakt deel uit van het werkwoord uitgaan en om die reden schrijf je:

ik ga ervan uit.

8 gedachten over “taaltip 4 – ervan uitgaan, er van uitgaan of ervanuit gaan?”

  1. Even testen of ik het nu snap: het is dus ‘er bovenuit steken’, en niet ‘erboven uitsteken’. Moet ik dan ook zeggen: ‘het steekt erbovenuit’, in plaats van ‘het steekt erboven uit’ of ‘het steekt er bovenuit’?
    ‘Uitsteken(d)’ bestaat immers wel, als (bijvoeglijk gebruikt) werkwoord.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.