taaltip 13 – Jan’s of Jans: apostrof of niet?

Jans fiets staat in de hal.

Jans’ fiets staat buiten.

Hoe zit het nu precies met de bezits-s? In het Engels gebruik je altijd een apostrof, gevolgd door een s. In het Nederlands zijn de regels net even anders.

“taaltip 13 – Jan’s of Jans: apostrof of niet?” verder lezen

taaltip 12 – ie-meel of ee-maj

“Bedankt voor je email!”

Het is misschien een rare kronkel, maar wanneer het koppelteken tussen e en mail ontbreekt, lees ik: ee-maj.  En dat is toch echt iets anders dan elektronische post.

“taaltip 12 – ie-meel of ee-maj” verder lezen

‘Ja, ik weet het zeker: ik ben nu al verslaafd.’

“Ik typ en delete, schrap en voeg toe. Ik vergeet de tijd, verwaarloos mijn huishoudelijke plichten, laat de broodjes verbranden, hoor niet meer wat mijn wederhelft zegt. Ja, ik weet het zeker: ik ben nu al verslaafd!”

Dat is wat een van mijn cursisten me schreef, enkele dagen nadat ze aan de cursus columns schrijven begonnen was.

Nu wil ik niemand een verslaving aanpraten … hoewel: verslaafd zijn aan schrijven is zo verschrikkelijk nog niet. Slecht voor de gezondheid is het evenmin, mits je niet uren achter elkaar aan je bureaustoel gekleefd blijft. Het zou zelfs weleens zo kunnen zijn dat schrijven gezond is: het helpt mij in elk geval om helder te kunnen blijven nadenken.

20160501_151337

Maar ik dwaal af. De cursus columns schrijven, dus. Als ik mijn cursisten mag geloven, is het een aanrader. Zoek je nog een gezonde verslaving, kijk dan eens hier. Wie weet, vergeet jij binnenkort ook volkomen de tijd en de wereld om je heen.

Hoe win je een schrijfwedstrijd?

Ook dit jaar zit ik in de jury van de jaarlijkse schrijfwedstrijd van Schrijverspunt. En net als tijdens de vorige edities word ik verrast, geprikkeld, ontroerd en verblijd door de prachtige verhalen die schrijvers uit Nederland en Vlaanderen inzenden.

“Hoe win je een schrijfwedstrijd?” verder lezen

Dat heeft een tekstschrijver toch niet nodig?

Bij het afscheid van mijn vorige werkgever ontving ik boekenbonnen (die tegenwoordig Boekenbon cadeaukaarten blijken te heten). En ik besloot mezelf in elk geval één boek cadeau te doen dat al heel lang op mijn verlanglijstje stond: De Schrijfwijzer van Jan Renkema.

“Dat heeft een tekstschrijver toch niet nodig?” verder lezen

taaltip 10 – hun hebben het gedaan

Hun zijn nog dommer als ons.

In taaltip 9 citeerde ik bovenstaande zin en beperkte ik me tot het bespreken van het juiste gebruik van ‘als’ en ‘dan’. Vandaag is het woord ‘Hun’ aan de beurt. Wanneer gebruik je ‘hun’, wanneer ‘hen’ of ‘zij’.

“taaltip 10 – hun hebben het gedaan” verder lezen

taaltip 9 – wanneer gebruik je ‘als’, wanneer ‘dan’?

Hun zijn nog dommer als ons.

Onlangs zag ik bovenstaande opmerking voorbijkomen. Hoewel van de zes woorden in deze zin exact de helft incorrect is, beperk ik me in de taaltip van vandaag tot het juiste gebruik van ‘als’ en ‘dan’.

“taaltip 9 – wanneer gebruik je ‘als’, wanneer ‘dan’?” verder lezen

taaltip 8 – hij wilt (of toch zonder t?)

Hij gaat binnenkort op zakenreis maar wilt liever niet vliegen.

Voor veel mensen is het woord ‘wilt’ hierboven correct gebruikt. Sterker nog: heel vaak wordt ‘wilt’ geschreven waar ‘wil’ zou moeten staan. En dat is velen een doorn in het oog. Daarom vandaag een taaltip over het werkwoord willen (op speciaal verzoek).

“taaltip 8 – hij wilt (of toch zonder t?)” verder lezen

taaltip 7 – wat of dat?

‘Heb je ook een taaltip over het correcte gebruik van ‘wat’ en ‘dat’?’ vroeg iemand mij onlangs. ‘Nee,’ zei ik, maar ik voegde er snel ‘nog niet’, aan toe.  En ik ging meteen aan de slag.

In spreektaal is ‘het meisje wat …’ heel gebruikelijk, maar is dat correct? Of moet je schrijven ‘het meisje dat …’? In deze taaltip vind je het antwoord op die vraag en op andere dat/wat-vragen.

“taaltip 7 – wat of dat?” verder lezen

taaltip – d, t of dt: zo moeilijk is het niet

‘Ik worstel altijd met d’s en t’s,’ merkte iemand vorige week op. Dat bracht me op het idee mijn taaltip over dat onderwerp opnieuw te publiceren. Want heel erg ingewikkeld is het helemaal niet. Komt ‘ie:

“taaltip – d, t of dt: zo moeilijk is het niet” verder lezen